Nijmegen - Sinds september 1984 werkt de Arnhemse beeldend kunstenaar
Winston Huisman aan een serie acryl-schilderijen. Achttien schilderijen
die als serie de titel: "Op zoek naar mijn bondgenoten" heeft. Als uitgangspunt
is er een zelfportret en het schilderij "Tocht door de nacht", Dit laatste
schilderij is pas onlangs voltooid en heeft sinds 1984 wellicht een veertigtal
verschillende gedaanten gekend. Over zijn werk zegt de kunstenaar, die
tevens docent aan de Arnhemse Akademie voor Beeldende Kunsten verbonden
is: "Ik werk niet vanuit een idee maar vanuit een complex aan voorwaarden.
Hieruit ontstaan weer beeldende processen. Soms roept mijn werk associaties
op met een herkenbare figuratie, maar altijd blijft de vraag "wie of wat
is mijn bondgenoot?" centraal.
Kleur
Opvallend aspect in de beweeglijke, zinnelijke schilderijen is de kleur.
Prachtige witten en grijzen, zachte pasteltinten afgewisseld met zwarten
en paars-roden. Er is een grote materiaalgevoeligheid. Vanuit een breed
en direct schilderen, iets dat het door hem gehanteerde materiaal, de
acrylverf uitstekend toelaat, komt er een sterke emotionaliteit in dit
werk tot uitdrukking. Soms is de verf in lagen over elkaar heen gewerkt
zonder dat het dichtgeschilderd is, de andere keer is er de structuur,
de huid van het canvas waarop geschilderd is. De kleuren zijn als klanken
en vertolken elementen uit een doorleven van een proces. Van het donkerste
donker naar het lichtste licht, van koud naar warm, van rust naar een
hectische chaos.
Abstract
De schilderijen zijn ondanks de kleine figuratieve rudimenten als een
arm, een portretcontour of een uit zwarte contouren en toetsen opgebouwd
lijf, abstracte verbeeldingen. Explosief uiteenspattende verf, contouren
en het bijna materieschilderen roepen herinneringen op aan mensen als
Bram van der Velde, aan Saura. Actie en verstilling, waaraan ook nog wel
enig raffinement kleeft, maar waarbij overwegend klanken van een grote
sensibiliteit overkomen.
Jan van Krieken in de Arnhemse Courant
27 aug 1993
Recente tekeningen en schilderijen van Winston Huisman.
Na een reeks exposanten op zijn zomertentoonstellingen in galerie s,Alotto
in Arnhem exposeert galeriehouder/beeldend kunstenaar Winston Huisman
(1952, De Steeg) komend weekeinde recent eigen werk. Binnen veelal gelijkvormige
kaders van 25 bij 32,5 cm tekent hij met oil-sticks. Zijn vriendin, de
danseres/choreografe Maria João Guedes Neno, is als bewegend model een
uitputtelijke inspiratiebron.
Met een expressieve motoriek tekent hij snel. Bijna zonder te stoppen
volgt hij gefascineerd de bewegingen van het model. Vanuit een gedegen
kennis van de anatomie is zijn beeldend werk een continue ontdekkingstocht
naar aanleiding van de verschijningsvormen en hoedanigheden van het menselijk
lichaam. Steeds alert op een te grote mate van herkenbaarheid. 'Het lijkt
wel een zoeken naar het werken met mijn eigen onmogelijkheden', zegt hij.
Stemmingen en gevoeligheden, vormen van aangezette schouders, wegtrekkende
benen, sleutelbenen, schuine halsspieren en spanningen van volumes vertalen
zich in kleuren, lijnen en olieverf.
Het mogen van Huisman geen plaatjes worden en er mogen geen herhalingen
insluipen. Het wervelende lijnen- en kleurenspel met kleine figuratieve
rudimenten ontwikkelt zich naar een zinnelijke abstractie, waarbij ook
de materie van de oil-stick een belangrijke rol spelt. Op de tentoonstelling
is het ontwikkelingsproces in het werk vanaf 1983 in een aantal mappen
gedocumenteerd.
Uit de openingstoespraak door Henk Peeters (Nul-groep),
Art Gallery, Lange Voorhout, 's- Gravenhage
oktober 1995
"Toen ik het werk van Winston Huisman kort geleden in een grote omvang
zag, in zijn atelier uiteraard, trok ik vergelijkingen en liet natuurlijk
de naam van Willem de Kooning vallen. Ik was eens diep onder de indruk
van een tentoonstelling van De Kooning, een paar jaar geleden in het Centre
Beaubourg. De zalen met zijn grote schilderijen, die in het latere stadium
vrijwel altijd abstract waren, werden steeds afgesloten door kleine zaaltjes,
waar tekeningen hingen - die als het ware de vingeroefeningen waren voor
de komende periode. Het waren uitsluitend naaktstudies, kennelijk een
onuitputtelijke bron van inspiratie voor De Kooning.
Maar in het resultaat waren de aanleidingen niet meer zichtbaar.- omdat
je wist waar de motieven vandaan kwamen werden ze zichtbaar op een andere
manier: je wìst het en daardoor zag je het.
Ik vertelde Huisman erover, maar hij had de werken niet gezien en zei
dat het misschien maar goed was ook. Ik denk dat dat geen kwaad had gedaan,
want wat Huisman doet is wezenlijk iets anders. Misschien wel iets veel
moeilijkers, want als dat niet zo was dan had De Kooning het ook wel volgehouden
- die schilderijen van naakten.
Ik denk dat De Kooning bedacht dat: als je hard wil schreeuwen, je beter
geen goede teksten kunt nemen, maar dat een goede tekst op den duur wel
kan leiden tot een harde schreeuw - en het verband daartussen is dan niet
meer belangrijk.
Soms vergaat het mij ook zo als ik naar het werk van Winston Huisman kijk,
dan zie ik het naakt niet meer want dan kom ik onder de indruk van de
verf, de streek en de kleur, die samen schilderkunst worden. En als de
aandacht weer iets verflauwt, dan zie ik weer billen dijen en borsten
- ook mooi, maar niet hetzelfde - om dan weer tot schilderkunstig genot
gebracht te worden."
Een recensie door Jan Nieland in de Gelderlander van 9 februari 1989
"Niet alleen numeriek een interessante collectie ook de behandeling
van beeld en materiaal zijn een nader beschouwen méér dan waard.
Huisman, een kunstenaar die in staat blijkt blijvend binnen eenzelfde
kader onze aandacht te trekken en ons nieuwsgierig te houden.
Zijn onuitputtelijke bron van inspiratie is het menselijk naakt. Daarmee
treedt hij in de voetsporen van vele zijner vakgenoten in een lange schilderkunstige
traditie. Toch blijft Huisman zichzelf en binnen die lange rij van schilders
valt zijn benadering van de menselijke gestalte op.
Het werk van Huisman is interessant omdat we in feite met iets ànders
worden geconfronteerd. Niet de menselijke gestalte zèlf spreekt tot ons,
maar de sfeer die ermee wordt overgedragen. Overmeesterd door wat in hem
omgaat verlaat Huisman namelijk voortdurend de vorm. Soms zelfs zover
dat de werkelijkheid volledig vervaagt. Dan zijn alleen verf, kleur en
streek de drager van het gevoel dat ons wordt toegespeeld.
Goed is het dan te ervaren hoe die bevochten vrijheid geen vrijheid is,
uit nood geboren. Dat blijkt namelijk als Huisman zich zó meester toont
over de vorm dat er van anatomische benadering sprake is. Een schilder
die geen stijl durft te kiezen dus? Een allesmaker die laveert als een
tol tussen de abstractie en de figuratie? Niets is minder waar. Wat geldt
dat is de expressie van persoonlijke gevoelens. De drang daartoe en de
emotionaliteit waarmee dit geschiedt bepalen de ritmiek en de felheid
van dit oeuvre. Dan gaat het niet alleen om de kleur, maar ook om streek,
en bijgevolg om de daaruit ontstane uiteindelijke vorm, abstract of figuratief,
dat doet er niet meer toe."